Je veiligheid in de bergen

Je veiligheid hangt af van je kennis van de bergomgeving en de bijbehorende omstandigheden. Daarom delen we daar hier enkele basisinzichten over:

  • Het weer
  • Wandelen in de bergen
  • Wat te doen bij een ongeval
  • Waakhonden bij vee op de alpenweide: hoe te reageren?

Het weer

 Zo vind je informatie

Météo France (weerdienst): +33 8.36.68.02.74 

Slecht weer wordt gekenmerkt door de komst van een depressie (barometer onder de 800 mbar). Hoe sneller de depressie opkomt, hoe korter ze zal duren, en omgekeerd. Slecht weer is op zich niet gevaarlijk (met uitzondering van onweer), maar de gevolgen ervan kunnen snel dramatisch zijn:

  • Sneller stromende bergbeken waardoor de terugweg onmogelijk wordt
  • Gladde hellingen
  • Vallende stenen en brokstukken
  • Mist of slecht zicht
  • Plotse temperatuurdaling

Vermijd daarom om bij slecht weer naar buiten te gaan en zoek best een veilige schuilplaats op. Hoewel de weersvoorspellingen steeds betrouwbaarder worden, is het niet altijd mogelijk om er elke dag op te vertrouwen tijdens een trektocht. Het is daarom belangrijk om een weersverandering te leren voorspellen.

Tekenen en kenmerken van slecht weer

  • Het uitblijven van dauw in de ochtend
  • De stijging van de hoogte op de hoogtemeter (op hetzelfde punt, verschil tussen ‘s avonds en ‘s ochtends bijvoorbeeld)
  • Een erg rode zonsopgang (een zeer rode zonsondergang duidt op mooi weer)
  • Wolken die de bergtoppen omhullen
  • Agressieve insecten, nerveus gedrag bij mensen, laagvliegende vogels
  • De verre bergtoppen lijken dichtbij en scherp (vocht werkt als een vergrootglas: verschijnsel van hygrometrie)
  • De sporen van vliegtuigen blijven lang zichtbaar (de vochtigheid in de lucht veroorzaakt condensatie wanneer ze de motoren verlaten)

De wolken

Er zijn drie hoofdgroepen, ingedeeld naar hoogte

 1- Tussen 6.000 en 10.000 meter hoogte: CIRRUSWOLKEN

  • Cirrus: deze hebben de vorm van haarlokken en bestaan uit ijskristallen
  • Cirrocumulus: wolken die korrels lijken
  • Cirrostratus: vormen een halo of een sluier

Een overgang via deze drie stadia is een teken van een depressie binnen 4 tot 24 uur

 2- Tussen 2.000 en 6.000 meter hoogte: ALTOWOLKEN

  • Alto: in de vorm van keien
  • Altostratus: als een grijzige sluier zonder halo
  • Cumuluswolken: lijken op bloemkool, ze kunnen mooi weer aankondigen of veranderen in:
  • Cumulonimbus (ontstaan door snelle opwaartse luchtstromen) hoogte van 800 tot 12.000 meter, donker aan de onderkant, aambeeldvormig, het onweer kan elk moment uitbreken.

 3- Tussen 100 en 2000 meter hoogte: STRATUSWOLKEN

  • Stratus: dikke laag op lage hoogte, regenwolk
  • Nimbostratus: deze brengen regen of sneeuw

 Wat te doen bij onweer

  • Zoek lagergelegen gebied op, verlaat de bergkam
  • Niet schuilen onder een rots, liever op de sneeuw of op je rugzak.

Als er in de verte onweer opsteekt, houd de ontwikkeling en verplaatsing ervan dan goed in de gaten. Als het naar je toe beweegt, ga dan naar beneden, maar raak natuurlijk niet in paniek (het heeft geen zin om je enkel te breken), en zoek de bodem van het dal of een schuilplaats op (berghut, schuilplaats). Let op: alleen omdat je in het dal bent, betekent dat niet dat de bliksem je niet kan raken. Bliksem slaat meestal in op bergtoppen en bergkammen.

Een blikseminslag staat op het punt te gebeuren als je haren recht overeind gaan staan, je gezoem als van bijen hoort, of als je blauwachtige vonken op je metalen uitrusting (ijshaken, stijgijzers) ziet. In dit geval is het meer dan dringend om de plek te verlaten …

 Wandelen in de bergen

 Enkele regels 

  • Vermijd om alleen op pad te gaan
  • Geef je route door aan een derde persoon
  • Vertrek vroeg en kom vroeg terug
  • Bekijk je route grondig voordat je vertrekt
  • Loop bij twijfel even langs bij het plaatselijke gidsenbureau en stel een paar vragen aan een professional.
  • Check het weer
  • Stel je tocht gerust uit
  • Let op het mobiele telefoon-effect: veel mensen gaan verder dan hun eigen kunnen omdat het mogelijk is om de hulpdiensten te bereiken. Dit gedrag moet kost wat kost vermeden worden!

 OBJECTIEVE GEVAREN: NATUURLIJKE VERSCHIJNSELEN

  • Met gras begroeide hellingen (zo glad als sneeuw, vermijd het om daar te lopen, vooral als ze nat zijn) 
  • Sneeuwvelden (risico op uitglijden, instorten van sneeuwbruggen). Het heeft geen zin om een ijshouweel te hebben als je niet weet hoe je dat moet gebruiken. Geef de voorkeur aan twee telescopische stokken. Twijfel niet om rechtsomkeer te maken, vooral als het sneeuwveld schuin ligt op rotsblokken of een klif. Plaats zo niet een fixeerlijn. 
  • Couloirs (rotslawines of, in de winter, sneeuwlawines; terrein dat vaak brokkelig en onstabiel is) 
  • Overhangende sneeuwranden (waag je daar nooit aan!) 
  • De nacht (die loopt vaak dramatisch af als je er niet op voorbereid bent; neem altijd een hoofdlamp en warme kleding mee). 
  • De zon (risico op zonnesteek, verbranding en sneeuwblindheid). Neem altijd een reservebril, een pet of hoed en zonnebrandcrème mee. 
  • Water (risico op ziektekiemen, gebruik hydroclonazon of micro-pure, verkrijgbaar bij de apotheek). 
  • Giftige planten: monnikskap, herfsttijloos, belladonna, vingerhoedskruid, lelietje-van-dalen (je moet dus planten kunnen herkennen of een gids bijhebben). Steek uit principe nooit iets in je mond!

 SUBJECTIEVE GEVAREN

  • Onvoldoende voorbereiding
  • Onvoldoende kennis van de omgeving
  • Gebrek aan technische vaardigheden
  • Gebrek aan training
  • Gebrek aan acclimatisatie op hoogte
  • Verkeerde inschatting van de moeilijkheden
  • Het overschatten van je eigen mogelijkheden of die van de groep
  • Ongeschikte uitrusting
  • Uitputting, vermoeidheid, valpartijen
  • Gebrek aan inzicht, willen doorgaan tot het uiterste

Wat te doen bij een ongeval

Bij ernstige ongevallen

  • Bescherm het slachtoffer en haal het indien nodig weg uit de gevarenzone
  • Controleer of het aan het bloeden is; zo ja, voer druk uit op de wonde of breng een drukverband aan
  • Is het slachtoffer bij bewustzijn; zo niet, leg het dan in de stabiele zijligging (op de zij)
  • Ademt het slachtoffer; zo niet, voer mond-op-mondbeademing uit
  • Heeft het slachtoffer een hartstilstand; zo ja, voer hartmassage uit in combinatie met kunstmatige beademing

Voor lichte verwondingen

  • Het slachtoffer voelt zich niet goed: laat de persoon rusten
  • Het slachtoffer heeft zich verbrand: koel met koud water en verbind daarna de wond
  • Het slachtoffer heeft een wonde: leg hem of haar neer en stabiliseer eventueel het gebroken lichaamsdeel

 OM DE HULPDIENSTEN TE WAARSCHUWEN:

  • Begeef je zo snel mogelijk naar een plek waar je ontvangst hebt (let op: degene die hulp gaat halen, moet daar ook in kunnen slagen … Vermijd dat er een tweede ongeval gebeurt).
  • Bel de brandweer 18, de ambulance 15, of op mobiele telefoons 112.
  • Je moet de exacte locatie van het slachtoffer doorgeven: gemeente, berg, helling, hoogte.
  • Je zult moeten aangeven wat de toestand van het slachtoffer is. Al deze informatie moet vooraf worden vastgesteld, dus voordat je hulp gaat zoeken. Het is dus altijd noodzakelijk om te weten waar je je bevindt in de bergen.

Je zult vast begrijpen dat je deze ongemakken kunt vermijden door voorzichtig te blijven. Er valt zoveel moois te zien en te beleven zonder onnodige risico’s te nemen; het enige wat je moet doen, is leren kijken …

 Dit advies is gegeven door Arnaud RETRIF

Waakhonden bij vee op de alpenweide: hoe te reageren?

Beschermhonden in het kort: 

  • Aanwezig om de kudde te beschermen tegen aanvallen van roofdieren (wolven, vossen, zwerfhonden, …) 
  • Hun rol is om AF TE SCHRIKKEN, niet om AAN TE VALLEN 
  • Ze moeten elke indringer die de kudde nadert kunnen herkennen 
  • Afhankelijk van het ras verschilt hun gedrag ten opzichte van de kudde:  
  • Pyreneese berghond of patou: blijft dicht bij de kudde 
  • Kaukasische herdershond: blijft iets verder van de kudde, maar toch in de buurt 
  • Anatolische herdershond of Kangal: kan zich ver van de kudde verwijderen om een indringer te verjagen  

Niet te verwarren met drijfhonden (vaak rassen zoals de Border collie) die de herder helpen in zijn werk met de kudde. 

Aan te raden gedrag: 

Bij het naderen van een kudde:  

  • Niet door de kudde heen lopen, maar EROMHEEN GAAN (als de situatie dit toelaat) 
  • Berg je wandelstokken op 
  • Praat zodat je de honden niet verrast 

Als de honden reageren (rennen of blaffen → dat is normaal, daar zijn ze voor): 

  • STOPPEN: de hond heeft tijd nodig om ons te herkennen, maar draai NOOIT je rug naar hem toe 
  • Houd je wandelstokken langs je lichaam.  
  • Als de hond dichterbij komt, plaats dan een voorwerp tussen jezelf en de hond, bijvoorbeeld een pet of tas 
  • Aarzel niet om rustig tegen hem te praten, zoals je tegen een kind zou doen  

Zodra de hond je heeft geïdentificeerd, vervolg je rustig je weg, terwijl je het gedrag van de hond in de gaten houdt. De hond keert dan terug naar zijn kudde. 

Met kinderen: 

  • Voorkom dat ze plotselinge bewegingen maken of gaan rennen 
  • Houd ze voor je of dicht bij je, en zorg dat ze niet achter je lopen  
  • Til ze niet op  

Met fietsen: 

  • Stoppen en van de fiets stappen 
  • Zet je fiets voor je neer  

Met honden: 

  • Til je hond niet op  
  • Houd je hond aangelijnd dicht bij je, BEHALVE bij een agressieve reactie: laat dan de riem los 
  • Laat de waakhond je eigen hond besnuffelen zodat hij hem kan inschatten  

Let op: in natuurreservaten zijn honden verboden en buiten het reservaat is het beter om in de zomer niet met je hond de bergen in te gaan, omdat een ontmoeting met waakhonden verkeerd kan aflopen (de hond wordt als een bedreiging gezien, vooral als hij wil spelen). 

Waarom zijn honden niet toegestaan in een natuurreservaat?

  • De geur die honden achterlaten, kan de wilde dieren verstoren en hun gedrag veranderen, omdat de hond als een roofdier wordt gezien. 
  • Een hond kan drager zijn van parasieten en ziektes overdragen op wilde dieren.  
  • Een hond kan wilde dieren achtervolgen en opjagen door te blaffen, ook al doet hij dit uit speelsheid; dit is schadelijk voor de fauna. 
  • De aanwezigheid van ‘bezoekende’ honden kan ook voor conflicten zorgen met het vee, herders en hun honden.  

Documentatiemateriaal: